Jazeker wel, op bepaalde momenten kan ik me heel goed voorstellen dat er mensen zijn die carnaval niet begrijpen. Het helemaal niets vinden. Zich zélfs er aan storen. Ik kon het me voorstellen toen ik afgelopen vrijdag nog even snel de laatste carnavalsboodschappen deed in het centrum van Eindhoven. In het Pullmann-hotel was een eind gekomen aan de 3 uurkes vurraf, en de feestvierders stroomden de stad in, de Markt op. Daar was de tent al afgeladen vol. De eerste lallende, zatte mannen zwalkten over straat. Voor de Vooruitgang lag confetti in een enorme plas bier. Ja: ik begreep het. Carnaval kán overkomen als een onbegrijpelijk feest.
Maar als je jezelf er in onderdompelt, er écht compleet in op gaat, dan weet je: carnaval is geen feest. Carnaval is een gevoel.
Het is worstenbroodjes in de oven, en samen met een vriendinneke de laatste hand leggen aan je outfit. Koeien bij de bushalte en lieveheersbeestjes op het Stadhuisplein. Wulpse Zeeuwse meisjes die op Stratumseind een groep Arabieren gek maken. Het is vier friet met, vier worstenbroodjes, drie loempia's en drie frikadellen in drie dagen tijd. Groente? Geen groente. Bier, water, cola en Jagermeister. Van 's ochtends vroeg tot 's avonds laat. Het is op zondagmiddag, om half twee, bij jezelf denken: 'zucht, waarom doe ik dit ook alweer'? en twee uur later, met vrienden aan je arm, hard, héél hard meezingen met Guus Meeuwis. Het is lachen. Heel veel lachen.
Het is de slechtste openingszin aller tijden én de allerliefste, op één dag. Gemeende knuffels en kussen op je wang, van hele oude vrienden én van nieuwe. Een knipoog waar je warm van wordt. Het is een goed gesprek en heel veel onzin. Dolly Dots en blaaskapellen. Pullen, glazen, plastic bekers, pruiken, jurken, platte schoenen.
Het is heerlijk. Het is geluk. Het is weer mooi geweest.
woensdag 9 maart 2011
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten