maandag 26 juli 2010

Nachtrit







“En, was het gezellig?”, vraagt de taxichaffeur als vriendin C en ik de taxi binnenstappen. Het is kwart over vier, zaterdagnacht en tijd om naar huis te gaan. Dat doen we uiterst veilig en lekker efficiĆ«nt; eerst C naar huis en dan ik. Samen in een taxi.

Een taxichauffeur en wij: dat is altijd goed voor een zeer interessant nachtelijk gesprek.

“Heel gezellig was het”, zegt C. Ze babbelt nog even wat terwijl ik mijn bezorgde Lief geruststel; hij belt even om te horen of ik al bijna thuis ben. Nog even en hij komt ook, als hij klaar is met werken in de kroeg waar we een uurtje geleden nog waren.

Een minuutje of tien en een knuffel van C later, rijdt de taxichauffeur met mij verder de nacht door. Hij kijkt een paar keer opzij.
“Jij hebt een heel bekend gezicht”, zegt ie.
“Oh ja?”, zeg ik, terwijl ik denk: nou, jij niet.
“Ja. Werk je in de stad soms?”
“Ehm ja, ik werk wel in Eindhoven, ja.”
“Dan weet ik het: de coffeeshop. Daar werk jij!”
Ik lach. “Nee. Neuj. Ik werk bij een communicatiebureau.”

Hij is even stil. Een beetje teleurgesteld wel.

“Ah. Dus jij mag de hele dag klachten afhandelen?”, concludeert hij.
Ik glimlach. Het blijft toch moeilijk: je een voorstelling maken van wat je toch in godsnaam de hele dag zit te doen bij een communicatiebureau. Ik neem hem kort mee in de wereld van tekstschrijven voor brochures, persberichten, websites en advertenties. Dan gaat de boel meestal wel leven.
“Jaja. Hmm”, is zijn antwoord. En het geeft niet.

“En jij?”, vraag ik.
“Ik rijd altijd ’s nachts. Lekker. En verder ben ik huisvader. Een meisje. Dertien. En dat is meer dan genoeg. Zo’n ADHD-gevalletje. Ik heb vandeweek nog een paar extra rollen behang gekocht.”
“Om haar achter te plakken”, maak ik af.

Hij lacht. Ik ook. Het is een mooie nacht.

dinsdag 13 juli 2010

Tranen voor oranje

Ergens net voor de start van de verlenging kwam hij naast ons staan. Oranje shirt, witte pet, rood-wit-blauw op zijn wangen. Oranjefan in hart en nieren, overduidelijk. En alleen oog voor het grote scherm dat metershoog boven de Eindhovense Markt zweefde. Het plein dampte. Grote vlaggen dansten zacht maar vastberaden boven de duizenden oranjefans. Dit was onze arena.

Het was de afgelopen uren steeds stiller geworden.
Hij ook.

Was het om zeven uur nog feest, de spanning licht voelbaar, de overwinning al in onze hoofden: inmiddels was die spanning te snijden.
We gingen de laatste minuten van de verlenging in. Alle ogen strak op het scherm gericht, al onze harten bonzend in de keel. Ook bij hem, naast me.

En dan, net toen wij ons binnen onze club verzamelde vrienden stilzwijgend hadden neergelegd bij een onvermijdelijke penaltyreeks, was het raak.

Hij schoot vol. Zijn tranen trokken strepen door de Nederlandse driekleur op zijn wangen. Zijn vriendin sloot hem snikkend in haar armen. En nog steeds had hij alleen maar oog voor het scherm. Voor Wesley Sneijder, voor Arjen Robben, voor de teleurstelling. Zijn tranen waren voor hen.

donderdag 1 juli 2010

Think snow


We hebben 'tropische toestanden', zegt de nieuwslezer op de radio.
Voor iedereen die het ook zo warm heeft: think snow!