donderdag 9 september 2010

Er was eens... een pruimboom





 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Het was al een stukje in de nacht. Moe, natgeregend maar voldaan lieten we ons met z’n zessen door de NS van het Haagse Beatstadfestival terugrijden naar huis.
 
‘Mensen, we naderen station ’s Hertogenbosch, alias Den Bosch’, schalde de stem van de onmiskenbaar Amsterdamse conducteur door de coupé. De jongen naast ons wist zeker dat het Martin Morero was (voor de Gooische Vrouwen-fans onder ons: jullie weten ongetwijfeld hoe dat dan klonk).
Maar dat terzijde.

In ’s Hertogenbosch-alias-Den Bosch bleek nog eens hoe handig ze zijn, die nachttreinen. Want je kunt gewoon een avond flink aan de boemel met je vriend om jezelf vervolgens dronken in een tweezitter naar huis te laten rijden. En dan praten, vooral hard praten. Over volstrekte onzin, en dan vooral zo onsamenhangend mogelijk.
De mannen in de tweezitter had het over bomen, begrepen wij zessen al snel. Over fruitbomen, want het ging over pruimen en kersen. Jongen 1 had er een aantal in de tuin.
Nou denkt u misschien: leuk, fruitbomen in eigen tuin. Maar zo leuk is dat dus he-le-maal niet, bleek al snel. En gemakkelijk al evenmin. Welnee!

Nee, hij moest toch eens wat doen aan die pruimenboom. Want er zaten wel pruimen aan, maar die smaakten nergens naar. -Niet te pruimen dus, besloten wij.-

‘Is ‘ie wel goed ge-ent dan?’
‘Eh ja. Nee. Hoezo?’
Nou, als ze niet goed ge-ent zijn, dan krijg je geen goeie pruimen.’
‘Ah.’
‘Nee, da’s helemaal niet goed hoor, als ze niet goed ge-ent zijn. Dan kunnen ze elkaar niet bevruchten!’

OF enten, OF kappen, besloot het luidruchtige tweezitstel. Er zat niks anders op. De bomenexpert had er al helemaal zin in:

‘Ik vind dat dus fantastisch, een boom kappen. In de tuin dan hè, in een bos is er niks aan.’
En toen volgde het citaat van de dag: ‘Ik zie een boom als een puzzel.’ (vindt u hem niet práchtig??)
‘Want je moet wél weten wat je doet, als je gaat kappen. Die boom valt op een gegeven moment een bepaalde kant op. En dat moet wel de goeie kant zijn, zeker bij jou in de tuin. Daarom moeten we eerst goed kijken. Naar de zijtakken bijvoorbeeld. Want zitten er zijtakken aan, aan die boom?
‘Ja, er zitten continu zijtakken aan’, zei de pruimboomeigenaar.
Dan kwam het helemaal goed, besliste de bomenexpert.

U snapt: er was inmiddels geen touw meer aan vast te knopen. Aan het gesprek dan, niet aan die boom.

Tenslotte verzuchtte de pruimboomeigenaar, geheel vanuit het niets:
‘Ik heb ZO’N zin om morgen te gaan naaien.’
-stilte-
‘Met een naaimachine dan hè, natuurlijk’

Bij ons sloeg de slappe lach toe. Die hield niet meer op tot station Eindhoven. Waar Martin Morero door de speaker schalde: ‘Mensen, Eindhoven. Eindpunt van deze trein. Wij verzoeken u deze trein vriendelijk te verlaten.’
We waren thuis.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten